Wat is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)?

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een wet in het kader van hulp en ondersteuning. Het doel van de wet is om burgers te helpen, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor uitvoering van de Wmo.

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Jeugdwet vormen samen de basis van het Nederlandse zorgstelsel.

In dit dossier wordt uitgelegd wat de Wmo precies inhoudt voor burgers. Daarbij wordt onder andere ingegaan op de voorzieningen uit de Wmo, de voorwaarden en procedures voor het aanvragen van hulp en ondersteuning.

Taken gemeente

Gemeenten zijn volgens de Wmo verplicht om kwetsbare en hulpbehoevende groepen te compenseren door het aanbieden van voorzieningen en ondersteuning, bijvoorbeeld huishoudelijke hulp of aanpassing van de woning.

Voor de uitvoering van de Wmo hebben gemeenten een aantal taken en verantwoordelijkheden:

  • Leefbaarheid en sociale samenhang bevorderen
  • Mantelzorgers en vrijwilligers ondersteunen
  • Het bevorderen van mensen met een beperking of psychisch probleem om deel te nemen aan de samenleving
  • Maatschappelijke opvang aanbieden
  • Openbare geestelijke gezondheidszorg bevorderen
  • Informatie, advies en cliëntondersteuning geven
  • Verslavingsbeleid bevorderen
  • Jeugdigen met problemen preventief ondersteunen

Uitvoering Wmo

Hoewel gemeenten zich moeten houden aan de regels in de Wmo, organiseren gemeenten zelf hoe de toegang tot hulp en ondersteuning geschiedt. Dat houdt in dat de toegang en uitvoering van de Wmo per gemeente iets kan verschillen. Zo kiezen sommige gemeenten voor een speciaal Wmo-loket waar burgers zich kunnen melden. Andere gemeenten kiezen voor sociale wijkteams waar burgers terecht kunnen met een hulpvraag.

Bekostiging Wmo

Uitvoering van de Wmo wordt gefinancierd uit belastinggeld en eigen bijdragen. De overheid beheert dit geld en keert dit geld aan de gemeenten uit via een speciaal gemeentefonds. Bij de verdeling van het geld wordt vooral gekeken naar de samenstelling van de bevolking in een bepaalde gemeente. Hiervoor zijn verschillende maatstaven, zoals:

  • Aantal inwoners in de gemeente
  • Aantal jongeren en ouderen
  • Aantal uitkeringsgerechtigden en bijstandsontvangers
  • Gemiddeld inkomen
  • Aantal minderheden
  • Aantal één- en meerpersoonshuishoudens
  • Oppervlakte van de gemeente

Er zijn ruim 50 verschillende maatstaven die invloed hebben op het bedrag dat een gemeente ontvangt uit het gemeentefonds.

Wmo-voorzieningen: welke zijn er?

Mensen die gebruik maken van de Wmo krijgen hulp van de gemeente middels algemene voorzieningen, maatwerkvoorzieningen en vervoersvoorzieningen.

Algemene voorzieningen

Algemene voorzieningen zijn voorzieningen die binnen de gehele gemeente beschikbaar worden gesteld voor mensen die dat nodig hebben, zoals:

  • Een boodschappendienst.
  • Een maaltijdservice (bijvoorbeeld tafeltje-dekje).
  • Organiseren van activiteiten, bijvoorbeeld in een ontmoetingsruimte of buurthuis.
  • Maatschappelijke opvang en meldpunten, bijvoorbeeld in het geval van huiselijk geweld.

Maatwerkvoorzieningen

Maatwerkvoorzieningen zijn voorzieningen en hulpvormen die op de leefsituatie en gezondheid van de persoon zijn afgestemd, zoals:

  • Individuele begeleiding.
  • Huishoudelijke hulp: opruimen en schoonmaken.
  • Aanbouw van de woning.
  • Aanpassingen in de woning, zoals een traplift, verbreding van deuren of het wegnemen van obstakels in de woning.
  • Toilet- en badkamer voorzieningen.
  • Antislip douche en een speciale douchezit.
  • Dagbesteding.
  • Personenalarmering

Vervoersvoorzieningen

Vervoersvoorzieningen worden verstrekt zodat burgers weer in staat worden gesteld om zich te verplaatsen en zo kunnen deelnemen aan de samenleving. Je kunt dan denken aan:

  • Wmo-vervoer per regiotaxi of rolstoeltaxi.
  • Aanpassing van de auto.
  • Een scootmobiel.
  • Een rolstoel.
  • Auto in bruikleen.
  • Vergoeding voor vervoer (per eigen auto).

Hiertoe behoren ook zaken die indirect te maken hebben met de vervoersvoorziening, zoals:

  • Vergoeding voor bepaalde verzekeringen en onderhoud.
  • Medische begeleiding bij vervoer (indien noodzakelijk).
  • Oplaadkosten voor een elektrisch vervoersmiddel.
  • Een parkeerfaciliteit.
  • Een parkeerkaart voor gehandicapten.

Voorwaarden: kom ik in aanmerking?

Allerlei groepen komen in aanmerking voor de Wmo, zoals ouderen, chronisch zieken en mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking.

Een maatwerk- of vervoersvoorziening wordt alleen na onderzoek door je gemeente aangeboden. Om voor een Wmo-voorziening in aanmerking te komen, moet je als burger voldoen aan bepaalde voorwaarden:

  1. Je verblijft rechtmatig in Nederland
  2. Je bent Nederlander, je hebt een verblijfsvergunning op asielgronden of je hebt een reguliere verblijfsvergunning
  3. Je bent woonachtig in de gemeente waarin je de aanvraag doet

Verder wordt een voorziening alleen toegekend als de verwachting is dat de voorziening voor langere periode noodzakelijk is. Als je tijdelijk in een rolstoel belandt, bijvoorbeeld vanwege een gebroken heup of been, heb je bijvoorbeeld geen recht op een traplift, verbreding van de deuren en het wegnemen van obstakels in de woning.

Er zijn verder een groot aantal situaties denkbaar waarin je geen recht hebt op een voorziening vanuit de Wmo:

Algemeen gebruikelijke voorzieningen

Voor voorzieningen die als algemeen gebruikelijk worden beschouwd, krijg je geen Wmo-indicatie. Dit zijn voorzieningen waarover je ook zou (kunnen) beschikken als er geen sprake is van een ziekte, handicap of andere beperking. Dit zijn vaak voorzieningen en producten die:

  • In de reguliere verkoophandel verkrijgbaar zijn
  • Niet speciaal voor mensen met een beperking zijn bedoeld

Tot slot zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen niet aanzienlijk duurder dan vergelijkbare producten die hetzelfde doel dienen.

Voorbeeld 1

Harm (69) kan vanwege een laag energiepeil en zwakke beenspieren te weinig kracht zetten om te fietsen. Een elektrische fiets zou een oplossing kunnen bieden en daarom vraagt Harm deze aan via de gemeente. Maar aangezien een elektrische fiets algemeen gebruikelijk is en niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking, wordt er geen voorziening verstrekt. Een elektrische fiets moet Harm zelf betalen.

Voorbeeld 2

Ria (57) kan vanwege een lichamelijke beperking niet meer de trap opkomen in haar woning. Ze komt daarom in aanmerking voor een traplift. Deze voorziening is niet algemeen gebruikelijk en zal daarom waarschijnlijk wel worden verstrekt door de gemeente.

Geen sprake van meerkosten

Meerkosten zijn kosten die je moet maken vanwege een lichamelijke of verstandelijke beperking die het gevolg zijn van een aangeboren afwijking, aandoening of ouderdom.

Voorbeeld 1

Beatrice (46) heeft longziekte en laat zich hiervoor 1 keer per week behandelen door een alternatief genezer. Dit zou helpen bij het verminderen van de klachten. Om naar haar behandelaar te gaan, moet ze wel iedere week een uur in de auto zitten. Voor de benzinekosten wil ze een vergoeding van de gemeente. Er is echter geen sprake van meerkosten, omdat de vervoerskosten niet als noodzakelijk worden geacht in verband met haar ziekte.

Voorbeeld 2

Mark (36 en alleenstaand) heeft nog maar één been en is daarom qua mobiliteit beperkt. Het staat vast dat reizen met het openbaar vervoer voor hem erg lastig is. Hij heeft wel een auto die aangepast zou kunnen worden zodat hij hem veilig kan bedienen met enkel zijn handen. De kosten voor de aanpassing zijn voor de rekening van de gemeente. Ook komt hij indien nodig in aanmerking voor het volgen van rijles in een aangepaste auto.

Voorzieningen die elders vergoed worden

De gemeente zal altijd nagaan of er geen andere instantie of wet is op basis waarvan de voorziening kan worden geregeld. Veel voorzieningen en hulpvormen worden namelijk vergoed op basis van een andere wet, zoals de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg of via het UVW. Zo vallen veel zorgtaken onder de dekking van de zorgverzekering.

Voorbeeld

Annet (86) kan vanwege haar leeftijd bepaalde huishoudelijke taken niet meer uitvoeren, zoals het oprapen van voorwerpen zonder te bukken of het openen van een potdeksel. Om alles eenvoudiger te maken, heeft ze een aantal hulpmiddelen aangeschaft. Annet heeft alleen nog instructie nodig om de hulpmiddelen effectief te gebruiken. Hiervoor heeft ze een afspraak gemaakt met een ergotherapeut. Deze kosten worden echter niet door de gemeente gedekt, maar door de zorgverzekeraar.

Reeds kosten gemaakt

Kosten die reeds zijn gemaakt om een voorziening te realiseren, worden niet meer vergoed. De gemeente zal je aanvraag dan afwijzen.

Heb je met spoed een bepaalde voorziening nodig, bijvoorbeeld een rolstoel of scootmobiel? Vraag deze dan zo snel mogelijk aan via het sociale wijkteam of bij het Wmo-loket. Dring daarbij aan op een directe afhandeling. Wacht het besluit van de gemeente altijd af, voordat je iets aanschaft.

Voorbeeld

Peter (74) heeft alzheimer en is lichamelijk zwak. Daardoor kan hij zich moeilijk bewegen in zijn woning. De deur opendoen vormt al een probleem. Daarom moet de deurbel worden aangepast en moet er een intercom met camera worden geïnstalleerd zodat de deur op afstand kan worden geopend. De zoon van Peter heeft het gehele systeem alvast geïnstalleerd, zonder dat de gemeente de voorziening heeft verstrekt. De aanvraag voor ondersteuning vanuit de Wmo wordt afgewezen.

Voorziening nog niet afgeschreven

Een voorziening die wordt verstrekt, moet een tijdje meegaan voordat het kan worden afgeschreven. Bij normaal gebruik is er meestal een afschrijvingstermijn van een aantal jaar. Pas daarna wordt de voorziening opnieuw verstrekt.

Voorzieningen die door nalatigheid eerder aan vervanging toe zijn, worden niet opnieuw verstrekt door de gemeente. Als er sprake is van onmacht kan de voorziening wel worden vervangen.

Als je twijfelt of je in aanmerking komt voor voorzieningen uit de Wmo, neem je contact op met de gemeente.

Wmo aanvragen: hoe moet dat?

De Wmo is bedoeld voor iedereen die thuis ondersteuning nodig heeft, zodat ze zelfredzaam blijven. De Wmo is er ook voor mensen die hulp nodig hebben om mee te doen (te participeren) in de samenleving.

Heb je hulp nodig bij het aanvragen van hulp via de Wmo? Dan kun je via de gemeente een onafhankelijke cliëntondersteuner inschakelen. Deze persoon helpt  je gratis met informatie en geeft advies bij het regelen van hulp en ondersteuning. Kortom, de cliëntondersteuner komt op voor je rechten en kan je helpen bij het voorbereiden van het gesprek met de gemeente.

Volg dit stappenplan voor het aanvragen van een voorziening via de Wmo:

1. Melding maken

De eerste stap bij het aanvragen van hulp en ondersteuning is het maken van melding bij het Wmo loket van jouw gemeente. Hiervoor hebben de meeste gemeenten een speciaal meldingsformulier. Na de aanmelding neemt er iemand van de gemeente contact met je op om een afspraak te maken voor een gesprek.

2. Gesprek en onderzoek gemeente

Tijdens het gesprek op het gemeentehuis of bij je thuis wordt er door een consulent/deskundige van de gemeente onderzocht waar de problemen in jouw situatie liggen en wat er nodig is om deze problemen op te lossen. De gemeente bekijkt ook in hoeverre je zelfstandig bent en wat familie en naasten in je omgeving voor je kunnen betekenen.

3. Voorstel

Er wordt binnen 10 werkdagen een verslag gemaakt van het gesprek dat je rustig kunt teruglezen. Het gespreksverslag is het uitgangspunt voor de verdere stappen. Uit het verslag blijkt bijvoorbeeld dat je onvoldoende zelfredzaam bent en je sociale netwerk niet voldoende is in staat om je te helpen. De gemeente is dan verplicht om je te helpen.

In het verslag staat dan ook een voorstel. Dat voorstel bestaat uit het aanbieden van algemene voorzieningen, maatwerkvoorzieningen, vervoersvoorzieningen of een combinatie daarvan.

4. Besluit

Ben je het eens met het gespreksverslag en het voorstel? Dan kun je deze vervolgens ondertekenen en terugsturen. Dit geldt als definitieve aanvraag voor hulp uit de Wmo. De gemeente beslist vervolgens binnen twee weken of je voor bepaalde voorzieningen in aanmerking komt, wanneer deze worden verstrekt en in welke vorm.

5. Hulp en ondersteuning: in welke vorm?

Bij het aanvragen van hulp en ondersteuning hebben burgers meestal de keuze tussen een persoonsgebonden budget (pgb) of hulp in natura. Met een pgb ontvangt de inwoner een bepaald budget, waarmee hij/zij zelf hulp en/of zorg kan inkopen. Bij zorg in natura krijgt de burger begeleiding en ondersteuning via instellingen en leveranciers waar de gemeente een afspraak mee heeft gemaakt. Een pgb of hulp in natura vanuit de Wmo is aan te vragen via het Wmo-loket van de gemeente. Voor hulp is het ook mogelijk de MEE-organisatie per regio te raadplegen.

Hieronder vind je een schematisch overzicht van de Wmo-aanvraag (bron: rijksoverheid).

Bezwaar maken

Ben je het niet eens met de beslissing van de gemeente betreffende je Wmo-aanvraag, bijvoorbeeld omdat je van mening bent dat de gemeente jouw situatie onvoldoende heeft onderzocht? Dan kun je bezwaar aantekenen.

Hieronder een voorbeeld van een aanvraag via de gemeente voor hulp vanuit de Wmo:

Rien heeft een scootmobiel nodig om zich nog zonder hulp te verplaatsen. Hij gaat naar het Wmo-loket van zijn gemeente die vervolgens beoordeelt na onderzoek dat Rien inderdaad een scootmobiel nodig heeft. Hij kan zelf kiezen hoe de scootmobiel voor hem geregeld wordt; hij kan er een van de gemeente lenen of hij kan – als hij voldoet aan de voorwaarden – een budget krijgen om er zelf een te huren. Voor de Wmo-aanvraag is er recht op gratis cliënten ondersteuning. Het hangt van de gemeente af of deze via MEE of op een andere manier geboden wordt. In principe mag de cliënt zelf aangeven welke organisatie of wie deze (voor hem/haar) gratis cliëntenondersteuning gaat geven.

Eigen bijdrage Wmo: wat kost het?

Gemeenten vragen wel een eigen bijdrage van de burger voor het ontvangen van ondersteuning, zoals huishoudelijke hulp en andere voorzieningen.

De eigen bijdrage bijdrage is afhankelijk van:

  • Je leeftijd.
  • Je inkomen en vermogen.
  • Het inkomen en vermogen van je eventuele partner.
  • De voorzieningen die via de gemeente worden verstrekt.

Mensen die meer verdienen betalen een hogere bijdrage.

Voor kinderen tot 18 jaar kan alleen een eigen bijdrage worden gevraagd voor aanpassing van de woning.

Berekenen eigen bijdrage

Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) int de eigen bijdrage. Op de website van het CAK kan je de eigen bijdrage in jouw situatie berekenen. Dit geeft een globale indicatie. De eigen bijdrage betaal je per vier weken.

Het kan voorkomen dat een bepaalde voorziening via de Wmo minder kost dan de eigen bijdrage in jouw situatie. Je betaalt dan enkel de kostprijs van de voorziening.

Beëindiging ondersteuning Wmo

Hulp en ondersteuning vanuit de Wmo wordt in een aantal situaties beëindigd:

  • De indicatie is verlopen en wordt niet meer verlengd.
  • De hulp/ondersteuning is voortijdig gestopt in overeenstemming met de betrokken partijen.
  • De cliënt gaat naar een zorginstelling waarbij hulp en ondersteuning door de Wlz wordt vergoed.
  • De hulp/ondersteuning is voortijdig gestopt vanwege externe omstandigheden, bijvoorbeeld verhuizing of overlijden van de cliënt.

In geval van overlijden wordt de zorg overgenomen door een uitvaartondernemer. De kosten worden betaald door de nabestaanden of middels een uitvaartverzekering.

Beëindiging zonder reden

Het schrappen van hulp zonder enig onderzoek of motivering mag niet volgens de wet. Op de website van PerSaldo staat meer informatie over wat je kunt doen als je hulp wordt stopgezet.

Meer informatie

Voor meer over de Wmo, zoals informatie over procedures, wetgeving en betrokken organisaties, kun je terecht op de website van regelhulp.

Ook de gemeente kan je helpen bij het geven van antwoord op vragen.

Heb je een vraag over de eigen bijdrage? Dan kun je terecht bij het CAK.