Welke veranderingen zijn er in de zorg?

Ieder jaar vinden er wijzigingen plaats ten aanzien van het zorgstelsel en de zorgverzekering. Het is niet gemakkelijk om zelf al deze veranderingen bij te houden. Daarom worden hieronder de belangrijkste en meest actuele wijzigingen 2016 en 2017 in kaart gebracht.

Deze pagina wordt regelmatig bijgewerkt, zodat iedereen op de hoogte blijft van belangrijke en recente wijzigingen op het gebied van de zorg en zorgverzekering.

LEES OOK
Prinsjesdag: belangrijkste veranderingen voor zorgverzekering 2017

De wijzigingen van de zorgverzekering voor 2017 zijn bekend gemaakt door het kabinet. Wat verandert er aan de zorgpremie, eigen risico en zorgtoeslag?

Op deze pagina wordt onderscheid gemaakt tussen:

  1. Veranderingen binnen de zorgverzekering
  2. Veranderingen in de zorg

Veranderingen zorgverzekering

In 2017 hebben veranderingen plaatsgevonden met betrekking tot de Zorgverzekeringswet (Zvw) , het Besluit zorgverzekering (Bzv) en de Regeling zorgverzekering (Rzv). Deze wijzigingen hebben betrekking tot tal van onderwerpen, zoals het basispakket, het eigen risico en de zorgtoeslag.

Basispakket

Per 1 januari 2017 worden een aantal veranderingen in het basispakket doorgevoerd. Om precies te zijn worden een aantal zaken aan de basisdekking toegevoegd, namelijk:

  • Kortdurend verblijf in een zorginstelling voor patienten die vanwege medische redenen nog niet thuis kunnen wonen, bijvoorbeeld kort na ontslag in het ziekenhuis
  • Borstprotheses voor vrouwen en transvrouwen die geen borstgroei hebben
  • Bovenooglidcorrectie bij patiënten die niet of nauwelijks kunnen zien vanwege een slap of verlamd bovenooglid.
  • Besnijdenis op grond van medische noodzaak
  • Maximaal 37 behandelingen fysiotherapie voor mensen met etalagebenen
  • Implantaten voor jongeren tot 23 jaar die (blijvende) snij- en hoektanden missen. Voorwaarde is dat de tanden verloren zijn gegaan als gevolg van een ongeval of genetische afwijking.

Eerder dit jaar kwam naar voren dat zorgkosten die buiten Europa worden gemaakt, niet langer worden gedekt door de basisverzekering. De werelddekking vanuit het basispakket zou daardoor komen te vervallen. Uiteindelijk blijft de werelddekking voor zorg in buitenland gewoon bestaan in 2017. Nederlanders die spoedeisende zorg buiten Europa nodig hebben krijgen 100 procent van het in Nederland gebruikelijke tarief vergoed.

Vrije artsenkeuze

Hoewel er eind 2014 nog een grote discussie was rondom vrije artsenkeuze, kan iedereen in 2016 en 2017 kiezen uit vier verschillende polissen: een budgetpolis met beperkte zorgkeuze, een naturapolis met ruime zorgkeuze, een restitutiepolis met vrije zorgkeuze en een combinatiepolis (soms ruime zorgkeuze en soms vrije zorgkeuze). Van vrije artsenkeuze is dus nog steeds sprake in het geval van de natura- en restitutiepolis. Toch is het opletten voor bepaalde polissen waarbij men voor bepaalde operaties of behandelingen slechts kan kiezen uit een selectief aanbod ziekenhuizen en klinieken.

Er zal mogelijk een nieuwe polis worden geïntroduceerd waarbij verzekerden een korting krijgen op hun eigen risico als zij besluiten om gebruik te maken van ziekenhuizen en zorgaanbieders die zijn gecontracteerd door de zorgverzekeraar. De budgetpolis zoals we die nu kennen zal mogelijk blijven bestaan of dezelfde vormgeving krijgen als deze nieuwe polis.

Eigen risico

Het wettelijke, verplichte eigen risico wordt ieder jaar door de overheid vastgesteld aan de hand van de nieuwe begroting. Afgelopen jaren is het eigen risico alleen maar gestegen, zoals je hieronder kunt zien. In 2016 is het eigen risico met tien euro omhoog gegaan naar een totaal van 385 euro.

In 2017 blijft het eigen risico gelijk, eveneens op een bedrag van 385 euro.

Eigen-risico-zorg-2017

Zorgverzekeraars kunnen nu al voor bepaalde zorgvormen een vrijstelling geven voor het eigen risico. Dit geldt vooral voor bepaalde gezondheidsprogramma’s, bijvoorbeeld voor patiënten met diabetes. In 2017 krijgen verzekeraars zelf de mogelijkheid om bepaalde  zorgvormen toe te voegen aan de vrijstelling voor het eigen risico. Het gaat specifiek om dieetpreparaten of preventieprogramma’s die gezondheidsproblemen kunnen voorkomen.

Zorgpremie

De zorgpremie is in 2017 met ruim 90 euro gestegen. De gemiddelde basispremie bedraagt in 2017 iets meer dan 109 euro per maand. Dat was in 2016 bijna 102 euro. De stijging van de premie voor de zorgverzekering is met name te wijten aan de strengere eisen die de Europese Unie de laatste jaren stelt aan de financiële gezondheid van zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars moeten daardoor grotere financiële reserves opbouwen en kunnen minder van hun opgebouwde reserves gebruiken om de premie laag te houden. Een andere factor is de uitbreiding van het basispakket en de stijgende zorgkosten vanwege nieuwe, dure geneesmiddelen/behandelingen en stijging van de levensverwachting.

gemiddelde-nominale-zorgpremie-2017

Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en premie Wlz

 

In 2017 daalt de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw met 0,10 procent voor iedereen. De premie voor de Wlz blijft ook in 2017 gelijk.

2015 2016 2017
Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (werkgeversheffing) 6,95 procent 6,75 procent 6,65 procent
Inkomensafhankelijke (eigen) bijdrage Zvw (ondernemers/gepensioneerden) 4,85 procent 5,50 procent 5,40 procent
Inkomensafhankelijke bijdrage Wlz (voorheen AWBZ) 9,65 procent 9,65 procent 9,65 procent

Maximum-bijdrage-inkomen

De maximum-bijdrage-inkomens van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw staan hieronder vermeld:

2015 2016 2017
maximum-bijdrage-inkomen 51.976 euro 52.763 euro 53.697 euro

Zorgtoeslag

Om de stijging in de zorgpremie te enigszins te compenseren. Mensen met een minimuminkomen zien hun zorgtoeslag in 2017 stijgen van 83 naar 88 euro.  Met deze stijging worden verzekerden echter niet volledig gecompenseerd voor de stijging van de zorgpremie.

 

zorgtoeslag-2017

Voor meerpersoonshuishoudens geldt een maandelijkse stijging van 12 euro voor minimuminkomens.

zorgtoeslag-2017-meerpersoons

Bij het bepalen van de zorgtoeslag kan ook het eigen vermogen een rol spelen. Het berekenen van je persoonlijke toeslag kan via de website van de belastingdienst.

Verandering in de (langdurige) zorg

Per 1 januari 2015 is de AWBZ overgeheveld naar een aantal nieuwe en bestaande wetten, namelijk:

  • De Wet langdurige zorg (Wlz)
  • Zorgverzekeringswet (Zvw)
  • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
  • Jeudgwet

Hieronder een video die de belangrijkste wijzigingen bondig bespreekt.

Door de wijzigingen hebben vooral gemeentes en zorgverzekeraars er veel taken bij gekregen. Hieronder wordt nader ingegaan op de taken die vanuit de AWBZ zijn overgeheveld.

Wet langdurige zorg (Wlz)

De Wlz is een nieuwe zorgwet die AWBZ-taken overneemt in het kader van langdurige en intensieve zorg. Mensen die voor de wet in aanmerking komen hebben de hele dag zorg of toezicht in de nabije omgeving nodig. Dit zijn bijvoorbeeld vergevorderde demente ouderen, ernstig chronisch zieken of jongeren en volwassenen met een ernstige verstandelijke, zintuigelijke of lichamelijke beperking.

Via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) kan men een indicatie voor zorg vanuit de Wlz aanvragen. Het CIZ gaat dan onderzoeken of je daarvoor in aanmerking komt. Afhankelijk van de indicatie kan men dan recht hebben op verschillende zorgvormen of behandelingen, zoals:

  • Verblijf in een instelling
  • Persoonlijke verpleging en verzorging
  • Begeleiding
  • Bepaalde hulpmiddelen
  • Geneeskundige zorg en behandeling in verband met de indicatie
  • Vervoer naar de plek waar begeleiding, behandeling, verblijf en/of verzorging plaatsvindt

–> Meer over de Wlz

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

In 2015 is er een nieuwe Wmo. Deze wordt qua takenpakket uitgebreid, omdat er een aantal taken vanuit de voormalige AWBZ worden overgenomen. Dit betekent dus ook dat de gemeente meer verantwoordelijkheden krijgt. De nieuwe Wmo heeft als voornaamste doel om ervoor te zorgen dat mensen hulp krijgen zodat ze zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Hieronder een overzicht van de nieuwe doelen/taken van de gemeente in het kader van de Wmo 2015:

  • Ondersteuning van mensen die op eigen kracht niet zelfredzaam zijn (ondersteuning en begeleiding)
  • Ondersteuning van burgers bij het partciperen in de samenleving (dagbesteding)
  • Bescherm wonen en opvang
  • Ondersteuning van mantelzorgers
  • Ondersteuning van cliënten, bijvoorbeeld bij de Wmo-aanvraag.

De gemeente bekijkt met de cliënt samen wat zijn/haar mogelijkheden zijn en wat zijn/haar familie en vrienden kunnen betekenen. Vervolgens wordt overlegd en bepaald welke hulp precies nodig is. De wijkverpleegkundige kan ook een belangrijke rol spelen in dit proces. Uiteindelijk is het de gemeente die een algemene voorziening of maatwerkvoorziening aanbiedt aan de cliënt, zoals:

  • Huishoudelijke hulp
  • Koffieochtend of bijeenkomst in het buurthuis
  • Boodschappenbus
  • Maaltijdservice
  • Hulp bij de administratie
  • Scootmobiel

–> Meer over de Wmo

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Ook zorgverzekeraars hebben er in 2015 taken bijkregen. Dat komt doordat een aantal taken vanuit de AWBZ zijn overgeheveld naar het basispakket van de Zvw. Om precies te zijn gaat het om:

  • Verzorging en persoonlijke verpleging thuis (extramuraal), zoals het toedienen van medicatie, hulp bij het wassen en aankleden en het verzorgen van wonden.
  • Behandeling (zonder opname) van mensen met een zintuiglijke handicap
  • Palliatieve zorg (verzachting en verlichting van terminaal zieken)
  • Intensieve kindzorg
  • De eerste drie jaar Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ)

De wijkverpleegkundige bekijkt welke zorg en hulp iemand nodig heeft op medisch en sociaal gebied. Zowel de gemeente en zorgverzekeraar werken hierin samen en maken gebruik van de bevindingen van de wijkverpleegkundige. Daardoor komt het voor dat sommige zorg en ondersteuning vanuit de Wmo wordt vergoed en andere zorg vanuit de Zvw.

Voor de meeste zorg die op grond van de Zvw wordt vergoed, geldt het eigen risico.

–> Meer over het basispakket en de Zorgverzekeringswet

Jeugdwet

Ook de jeugdzorg is per 1 januari 2015 op een andere manier georganiseerd. Zo zijn er meerder taken vanuit de AWBZ bijgekomen. Daarom is er nu een nieuwe wet: de Jeugdwet. In de wet staat dat gemeenten voorziet in het organiseren van de nodige hulp en zorg voor kinderen en jeugdigen. Kortom, de volgende zorg- en hulpvormen worden daarom vanuit de Jeugdwet , door de gemeente, geregeld:

  • Hulp bij opvoedingsproblemen
  • Basis- en specialistische GGZ
  • Forensische GGZ
  • Zorg bij een lichte lichamelijke beperking
  • Zorg bij een (lichte) verstandelijke beperking
  • Vervoer bij begeleiding
  • Persoonlijke verzorging (sommige gevallen)
  • Kinderbescherming
  • Jeugdreclassering
  • Gesloten jeugdzorg

Toegang tot jeugdzorg- en hulp op grond van de Jeugdwet is beschikbaar via de gemeente bij een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) of via een wijkteam. Ook een school of arts kan een centrale rol spelen in de toegang tot jeugdhulp. In de praktijk vindt toegang tot jeugdzorg/jeudhulp echter op een iets andere manier plaats. Vraag na bij jouw gemeente hoe dit is geregeld.

In sommige gevallen valt de zorg en hulp voor kinderen en jongeren onder de 18 onder een andere wet, namelijk de Zvw of de Wlz.

–> Meer over jeugdzorg en de Jeugdwet

Persoonsgebonden budget (pgb)

Ook in 2015 blijft een pgb mogelijk voor de Wlz, Wmo, Zvw of Jeugdwet. Er kunnen wel nieuwe regels van toepassing zijn om voor een pgb in aanmerking te komen. Verder is de uitbetaling van het pgb op een andere manier georganiseerd. Het pgb wordt niet langer ontvangen als voorschot op de eigen rekening. In plaats daarvan zorgt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de betaling aan zorgkantoren. Door invoering van het trekkingsrecht zorgt het zorgkantoor ervoor dat het pgb wordt overgemaakt .

–> Meer over het pgb

Besparen op je zorgverzekering?

Gaat je zorgpremie ook omhoog?
Bespaar toch tot € 300,- in 2017!

Inhoudsopgave